Familiefoto's

Familiefoto's
Familiefoto's

vrijdag 7 juli 2017

Genealogisch blog 199



Meester-pruikenmaker

Tot mei 1770 had meester-pruikenmaker Dirck Welling, zijn zaak aan de Havik in Amersfoort, op de hoek naar de Bloemendalse Binnenpoort. Dit huis en het huis ernaast waren eigendom van zijn schoonvader Willem Botter en diens kinderen Abraham, Dircks vrouw Alijda en dochter Petronella. De familie Botter besloot in 1770 beide huizen te verkopen, het eerste aan Maria van Kalken voor fl. 560,00, het tweede aan meester-metselaar Godert van Lokhorst voor een onbekend bedrag.
Tussen deze beide huizen lag nog een zgn. tussenhuis, dat ook aan de Botters c.s toebehoorde. Het transport van het laatste huis vond plaats met het recht om ten allen tijde in het tussenhuis, tussen dit getransporteerde huis en het huis daarnaast op Havik gelegen, dat eveneens aan de verkopers toebehoorde, tegen de muur een loden pomp te mogen zetten en met de loden pijp daarvan water in de put van het huis daarnaast te af te voeren. De koopster moest ter weerszijden van de loden pomp een muur in het tussenhuis zetten, maar moest onder de gootsteen een waterlozing voor het tussenhuis behouden. Wat de koopster voor het plaatsen van de pomp moest afbreken, diende zij alleen en op haar kosten laten maken. De put zou gemeen zijn en zou door beide eigenaren onderhouden worden, evenals de goot in het tussenhuis.

Havik-Bloemendalsepoort, 1649, kaart J. Blaeu
Havik-Bloemendalsepoort, 1649, kaart J. Blaeu

Dirck Welling verhuisde met zijn gezin naar een huurwoning/winkel aan de Hof of Korenmarkt. In dat pand kon hij zijn zaak voeren tot 1782, toen Leonard de Heer, de executeur testamentair van voormalig eigenaar Pieter van Raalt, het huis verkocht aan de dames Agnes en Johanna de Geus. Een jaar later was Dirck in staat zelf een ander onderkomen te kopen, de zaken gingen blijkbaar goed, het was de pruikentijd. Op 27 juni 1783 kocht Dirck van Margaretha Rippering, de weduwe en erfgename van Evert Struivenberg Hendriksz, een winkelhuis met bijbehorende grond aan de westzijde van de Hof, op de hoek van de Krommestraat.

Westzijde van de Hof
Westzijde van de Hof, geheel links loopt de Krommestraat

Blijkens de belastingkohier van Amersfoort betaalde Dirck, zoals hij beloofd had, op 3 augustus 1793 de laatste van twee termijnen van de Liberale Gift van 2%, ook genaamd de 50ste penning, op zijn vermogen groter dan fl. 2000,00. Dirck en zijn vrouw hadden het niet slecht! Het stond de belastingbetaler vrij om meer dan 2% op zijn vermogen boven fl. 2000,00 te betalen, vandaar de naam Liberale Gift. Uit de belastingkohier valt tevens op te maken, dat twee van de vijf kinderen van Dirck toen in 1793 nog thuis woonden.
Dirck Welling werd in januari 1731 geboren als tweede zoon uit het eerste huwelijk van Jacobus Welling (1764) en Aleijda Dirix, die voor 1744 is overleden. In dat jaar hertrouwde Jacobus met Margaretha van Cousine, bij wie hij nog drie kinderen verwekte. De kleine Dirck werd ten doop gehouden door zijn grootmoeder Cornelia Dirix op 5 januari 1731 in de St. Franciscus Xaveriuskerk op ’t Zand. Hij kreeg de doopnaam Theodorus.

Huwelijksinschrijving Dirck Welling en Aleijda Botter
Huwelijksinschrijving Dirck Welling en Aleijda Botter

Toen hij 27 jaar oud was trad Dirck in het huwelijk met de 30-jarige Aleijda Botter, de dochter van Willem Botter en Maria van Struijvenberg. Gerechtelijk werd het huwelijk geregistreerd op 12 mei 1758. De kerkelijke inzegening vond plaats op 16 mei 1758, nadat zij op 28 april in ondertrouw waren gegaan en hun voorgenomen huwelijk drie keer was afgekondigd zoals te doen gebruikelijk. Zowel Dirck als Aleijda lieten zich bij de  voltrekking van hun huwelijk in de kerk op ’t Zand bijstaan door hun vaders.
Aleijda Botter was eind 1726 geboren, zij werd gedoopt op ’t Zand op 1 januari 1727. Aleijda ontpopte zich als een echt familiemens, ze was getuige bij het huwelijk van haar schoonzus en diverse malen hield ze nieuwe loten aan de Wellingenstam ten doop. Dirck en Aleijda kregen vijf kinderen. Hun oudste was dochter Aleijda die op 12 maart 1759 werd gedoopt. Aleijda bleef haar hele leven ongehuwd en overleed op 26 april 1836 in haar huis op de Kampstraat nr. 253.
Tweede dochter Maria werd op 20 oktober 1760 gedoopt. Zij werd namens haar moeder ten doop gehouden door haar oma van moederszijde. Maria trok naar Amsterdam, waar zij op 29 april 1794 trouwde met Casper Westendorp. Het paar kreeg drie kinderen.
Ook derde dochter Margaretha, die op 29 oktober 1762 was gedoopt, ging naar Amsterdam. Zij trad daar in het huwelijk met Ferdinand Klumper op 8 april 1791. Dit stel kreeg zes kinderen.
Het vierde kind van Dick en Aleijda was een zoon, die bij zijn doop op 26 april 1765 de naam Willem kreeg. Van Willem is niet meer bekend dan dat hij op 25 maart 1811 in Amersfoort overleed. Het jongste kind was zoon Jacobus Wilhelmus (Jacobus), die gedoopt werd op 23 juli 1766. Zijn tante Gijsberta Welling hield hem ten doop. Jacobus koos, net als zijn vader, voor het vak van pruikenmaker. Hij huwde op 12 oktober 1804 met de niet katholieke, gereformeerde Wilhelmina Catharina (Willemijntje) Craan, die toen 37 jaar oud was. Jacobus overleed op 11 april 1821 en Willemijntje op 31 juli 1825. Het stel kreeg twee kinderen, zoon Dirk en dochter Alijda. Het voortbestaan van deze tak van de familie Welling dreigde even in gevaar te komen, zeker toen laatstgenoemde Dirk (1799-1834) slechts één levend kind verwekte, Jacobus (1824-1894). Deze Jacobus, echter, zorgde met 11 kinderen ervoor, dat sindsdien vele tientallen Wellingen in Amersfoort woonden tot in de eerste helft van de 20ste eeuw.

Uittreksel Overlijdensregister Jacobus Welling 1821
Uittreksel Overlijdensregister Jacobus Welling 1821

Dirck Welling overleed op 18 december 1804. Hij was toen 73 jaar oud. Hij is na vier dagen begraven in de St. Joriskerk in Amersfoort, waar drie maanden later ook zijn vrouw Aleijda Botter haar laatste rustplaats vond. Als nalatenschap voor de kinderen resteerde het winkelhuis aan de westzijde van de Hof.

Tiel, 7 juli 2017

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten